Wat is een
gedragsstoornis?
Het
gedrag van veel kinderen met een gedragsstoornis heeft (een of meer van) de
volgende kenmerken:
·
Oppositioneel-opstandig gedrag
Het kind heeft vaak ruzie met volwassenen, houdt
zich niet of nauwelijks aan regels, gedraagt zich met opzet hinderlijk en legt
de schuld bij anderen.
·
Antisociaal gedrag
Het kind probeert met zijn gedrag de omgeving naar
zijn hand te zetten: liegen en bedriegen, vechten en schelden, vernederen en
bedreigen, vernielen en brandstichten.
·
Agressie
Het kind brengt met opzet schade toe aan een iemand
anders of aan voorwerpen, door bijvoorbeeld vechten, uitschelden, bedreigen
en/of pesten.
Vaak
ontstaat er in gezinnen of op school een negatieve relatie tussen kind en
opvoeder. Het agressieve gedrag van het kind roept bij opvoeders na verloop van
tijd vaak ook agressiviteit of juist passiviteit op (“het heeft toch geen zin
wat ik doe”). Dit gedrag wordt door het kind opnieuw met probleemgedrag
beantwoord.
Psychiaters
gebruiken de volgende indeling van gedragsstoornissen:
1.
Oppositioneel-opstandige Gedragsstoornis: ODD (Oppositional Defiant Disorder).
Deze kinderen worden door anderen vaak gezien als
onhandelbaar.
2.
Antisociale
Gedragsstoornis: CD (Conduct Disorder)
Het kind vertoont een patroon agressief,
onaangepast gedrag.
3.
Gedragsstoornis NAO (Niet
Anderszins Omschreven)
Het kind heeft ernstige gedragsproblemen, maar het
gedrag is minder duidelijk dan bij bovenstaande twee categorieën.
Veel
kinderen hebben naast een gedragsstoornis een tweede psychiatrisch probleem,
zoals ADHD, lees- en taalstoornissen, depressie,
angst of middelenmisbruik.
Waar komt het vandaan?
Een
gedragsstoornis ontstaat meestal door een combinatie van erfelijke aanleg en
een omgeving die hier niet helemaal goed mee om kan gaan.
Hoe vaak komt het voor?
Naar
schatting heeft 5,6% van de Nederlandse jongeren van dertien tot achttien jaar
een antisociale gedragsstoornis, 0,7% heeft een oppositionele stoornis.
Wat doet Karakter?
Karakter
heeft speciaal voor kinderen en jeugdigen met een gedragsstoornis en hun
ouder(s) of verzorger(s) een zorgprogramma ontwikkeld. Dit programma geeft aan op
welke wijze Karakter bij dit ziektebeeld invulling geeft aan diagnostiek en
behandeling.
Wat is een
gedragsstoornis?
Het
gedrag van veel kinderen en jeugdigen met een gedragsstoornis typeert zich vaak
door een of meer van de volgende kenmerken:
·
Oppositioneel-opstandig gedrag
Het gedrag kenmerkt zich
door negativisme, vijandige en openlijke ongehoorzaamheid. Het kind heeft vaak
ruzie met volwassenen, voegt zich niet of nauwelijks naar gestelde regels,
gedraagt zich expres ergerlijk en legt de schuld bij anderen.
·
Antisociaal gedrag
Om de omgeving naar zijn
of haar hand te zetten gebruikt het kind het volgende gedrag: liegen en
bedriegen, spijbelen en stelen, vechten en schelden, vernederen en bedreigen,
vernielen en brandstichten.
·
Agressief
Het kind brengt met opzet
schade toe aan een andere persoon of aan voorwerpen, door bijvoorbeeld vechten,
uitschelden, bedreigen en/of pesten.
Veel
ouders worstelen met vragen als: “Wat is er met mijn kind aan de hand?” of “Hoe
kan ik mijn kind helpen?”. Ook het kind kan vragen hebben als: “Wat is er met
mij aan de hand?” of “Hoe kan ik geholpen worden?” Vanuit Karakter gaan wij
samen met ouders en hun kind met deze vragen aan de slag.
Welke stappen?
Voor
het Zorgprogramma Gedragsstoornis worden de volgende stappen doorlopen:
1. Aanmelding en intake
Meestal
meldt Bureau Jeugdzorg of een (huis)arts een kind aan bij Karakter. Na deze
aanmelding vindt er met de ouders en (indien mogelijk) het kind een
intakegesprek plaats op een van de locaties van Karakter.
2. Diagnostiek
Om
helder te krijgen wat er met het kind aan de hand is, wordt aansluitend op de
intake een start gemaakt met een aantal onderzoeken: de diagnostiek. Deze
diagnostiek bestaat uit (een aantal van) de volgende onderzoeken:
·
Ontwikkelingsanamnese:
Bij dit onderzoek nemen we met ouders een
verzameling gestructureerde vragenlijsten door.
·
Analyse schoolinformatie
·
Kinderpsychiatrisch onderzoek
·
Intelligentieonderzoek
·
Gezinsdiagnostisch onderzoek
Na
deze onderzoeken ontstaat bij de meeste kinderen een helder beeld: de diagnose.
Het
is mogelijk dat aanvullend onderzoek nodig is.
3. Behandelplan
Met
de uitkomsten van de diagnostiek stelt een kinder- en
jeugdpsychiater een behandelplan op met daarin de volgende informatie:
·
De diagnose: wat is er aan
de hand.
Het komt vaak voor dat kinderen naast een
gedragsstoornis nog een psychiatrische aandoening of probleem hebben, zoals ADHD, lees- en taalstoornissen, depressie, angststoornis of
middelenmisbruik.
·
Een sterkte-zwakte
analyse:
“Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van het
kind”, en “Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van de sociale omgeving
(zoals gezin en school) van het kind”.
Vaak ontstaat er in gezinnen of op school een
negatieve wisselwerking tussen kind en opvoeder. Het agressieve probleemgedrag
van het kind roept bij opvoeders na verloop van tijd vaak ook agressiviteit of
juist passiviteit op (“het heeft toch geen zin wat ik doe”). Dit gedrag wordt
door het kind opnieuw met probleemgedrag beantwoord.
·
De behandeldoelen:
Wat willen wij samen met ouders en hun kind
bereiken en op welke termijn denken wij dit te doen. Het ontstaan van een
gedragsstoornis is meestal een wisselwerking tussen enerzijds genetische aanleg
en een aangeboren kwetsbaarheid en anderzijds een omgeving die hierop niet
optimaal inspeelt.
4. Adviesgesprek en behandelovereenkomst
Als
het behandelplan klaar is, nodigen wij ouders en (indien mogelijk) het kind uit
voor een adviesgesprek. In dit gesprek bespreken wij het behandelplan. Wij
leggen uit wat deze bevindingen betekenen voor alle betrokkenen en wij komen
met behandelvoorstellen. Als ouders akkoord gaan met deze voorstellen sluiten
wij een behandelovereenkomst. Na ondertekening van deze overeenkomst gaan wij over
naar de volgende stap van het zorgprogramma.
5. Behandeling en begeleiding
Het basisprogramma:
Het
geven van psycho-educatie aan ouders en het kind.
Deze psycho-educatie bestaat uit advies en uitleg.
·
Uitleg aan ouders en hun kind over de stoornis in al zijn facetten.
·
Advies voor de aanpak en opvoeding van het kind thuis en/of op school.
·
Kortdurende ondersteuning en begeleiding aan ouders en/of leerkrachten ten
aanzien van deze nieuwe aanpak.
Het basisprogramma: Overig
·
Ouders krijgen een groepstraining opvoedingsvaardigheden
aangeboden.
·
Het kind krijgt een vorm van sociale
vaardigheden of gedragstherapie
aangeboden.
·
Bij onvoldoende resultaat en/of wanneer er sprake is van een aanvullende
aandoening wordt gekeken of medicatie een oplossing kan zijn.
Aanvullende behandeling
Bij
(ernstige) problemen in de thuissituatie en/of een angststoornis met een tweede
(ernstige) psychiatrische problematiek kan samen met ouders besloten worden
tot:
·
Uitbreiding van therapie en training
·
Langdurige en/of intensieve ouderbegeleiding of gezinsbehandeling
·
Klinische behandeling van het kind in deeltijd of dagbehandeling. Hiertoe kan in de intakefase al worden besloten.