Wat is een psychose?
Kenmerken
van een jongere die een psychose doormaakt zijn:
·
Verward, vreemd en
onsamenhangend gedrag
Voor een ander is het vaak onbegrijpelijk wat deze
jongere doet en waarom.
·
Verstoorde waarneming
De jongere heeft last van hallucinatie: hij of zij
hoort, ziet, voelt, proeft of ruikt dingen die anderen niet waarnemen.
·
Denkstoornissen
De jongere heeft last van wanen: hij of zij is
overtuigd van zaken die niet met de werkelijkheid overeenkomen. Wanen kunnen
zowel beangstigend zijn (bv. “iedereen is tegen mij, het is een complot”) als
prettig (bv. denken dat je beroemd bent).
·
Een verstoord dag en
nachtritme
De jongere rust vaak overdag en is ‘s nachts
wakker.
De
jongere kan het gevoel hebben dat de wereld waarin hij leeft niet echt is (het
is alsof hij of zij naar een film kijkt). Ouders verliezen de grip op hun kind,
school wordt moeilijk en er ontstaat angst en onmacht aan beide kanten.
Gevaarlijke situaties kunnen gemakkelijk ontstaan. Bij een acute eerste
psychose is vaak een snelle tijdelijke uithuisplaatsing nodig.
Waar komt het vandaan?
Meestal
wordt een psychose veroorzaakt door een combinatie van verschillende factoren.
Erfelijke aanleg speelt vaak een belangrijke rol. Stress en/of drugsgebruik kan
een psychose uitlokken of versterken. Een psychose is meestal een gevolg van
een andere ziekte, zoals schizofrenie of borderline
(zie het linkermenu).
Hoe vaak komt het voor?
Er
zijn geen landelijke gegevens bekend over hoe vaak een psychose voorkomt. Wel
zijn er cijfers over bijvoorbeeld schizofrenie. In de leeftijd van 15 tot 19
jaar heeft 0,5% van de jongens en 0,1% van de meisjes schizofrenie.
Wat doet Karakter?
Karakter
heeft speciaal voor jongeren die een psychose doormaken of hebben doorgemaakt
en hun ouder(s) of verzorger(s) een zorgprogramma ontwikkeld. Dit programma
geeft aan op welke wijze Karakter invulling geeft aan diagnostiek en
behandeling.
Wat is een
psychose?
De
algemene opvatting is dat psychosen worden veroorzaakt door een ingewikkeld
samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Erfelijke aanleg
speelt een belangrijke rol bij het krijgen van psychosen. Bij jongeren met aanleg
voor een psychose kan stress en drugsgebruik de stoornis uitlokken of
versterken. Een psychose is geen afzonderlijk ziektebeeld. Het is een
toestandsbeeld dat gekenmerkt wordt door de volgende symptomen:
·
Verward, vreemd, onsamenhangend, voor de ander onbegrijpelijk gedrag
·
Verstoorde waarneming
De waarneming kan in meer of mindere mate gekenmerkt worden
door hallucinaties, waarbij de jongere dingen waarneemt (horen, zien, voelen,
proeven, ruiken) die anderen niet waarnemen.
·
Denkstoornissen
Het meest in het oogspringende kenmerk hiervan is dat de
jongere last krijgt van wanen. Dit zijn oncorrigeerbare overtuigingen die niet
met de werkelijkheid overeenkomen. Wanen kunnen zowel beangstigend (bv. een
complottheorie) als prettig zijn (bv. denken dat je beroemd bent).
·
Een verstoord dag- nachtritme.
Bovengenoemde
kenmerken leiden tot wederzijdse vervreemding tussen de jongere met een
psychose en zijn (nabije) omgeving. Dit kan bij de jongere het gevoel oproepen
dat de wereld waarin hij leeft niet echt is (het is alsof hij/zij naar een film
kijkt). Veel ouders worstelen met vragen als: “Wat is er met mijn kind aan de
hand?” of “Hoe kan ik mijn kind helpen?”. Vanuit Karakter gaan wij samen met
ouders en hun kind met deze vragen aan de slag.
Welke stappen?
Voor
het Zorgprogramma Psychose worden de volgende stappen doorlopen:
1. Aanmelding en intake
Doorgaans
geschiedt een aanmelding bij Karakter door de huisarts, een crisisdienst of
soms vanuit Bureau Jeugdzorg. Bij deze aanmelding is vaak sprake van een
ernstig toestandsbeeld en een crisisachtige situatie. De ernst van de
verwardheid in samenhang met het gevaarscriterium en de nog aanwezige
draagkracht van ouders is bepalend of er sprake kan zijn van behandeling vanuit
huis of dat opname onvermijdelijk is.
2. Diagnostiek
Om
helder te krijgen wat er met de jongere aan de hand is, wordt aansluitend op de
intake of zo snel mogelijk na opname een start gemaakt met een aantal
onderzoeken: de diagnostiek. Deze diagnostiek bestaat uit voor iedereen uit de
volgende onderzoeken:
·
Een Heteroanamnese en een Familieanamnese
Bij deze onderzoeken wordt met ouders een verzameling gestructureerde
vragenlijsten doorgenomen.
·
Een psychiatrisch onderzoek (inclusief een lichamelijke screening)
·
Een drugsscreening.
·
Gezinsdiagnostisch onderzoek (de psychiater bepaalt of dit nodig is)
Na
deze onderzoeken ontstaat van de meeste jongeren een helder beeld: de diagnose
(meestal tijdelijk van aard).
Het
is mogelijk dat aanvullend onderzoek nodig is.
3. Behandelplan
Met
de uitkomsten van de diagnostiek stelt een kinder- en
jeugdpsychiater een behandelplan op met daarin de volgende informatie:
·
De diagnose: wat is er aan
de hand.
Daar een psychose geen afzonderlijk ziektebeeld is
en de meeste jongeren die bij Karakter terechtkomen een eerste psychose
doormaken is het meestal nog niet duidelijk door welke aandoening de psychose
wordt veroorzaakt. Vanuit de DSM-IV, een officiële
indeling van psychiatrische aandoeningen, krijgen de meeste jongeren bij de
start van behandeling de classificatie ‘Psychotische stoornis Niet Anderszins
Omschreven’.
·
Een sterkte-zwakte
analyse:
“Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van de
jongere”, en “Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van de sociale omgeving
(zoals gezin en school) van de jongere”. De impact van een psychose is voor
veel ouders, het gezin en de school groot. Wederzijdse bevreemding, angst en
onmacht ontstaan vanzelfsprekend. De jongere verliest de greep op zijn/haar
omgeving en op zichzelf. Ouders verliezen de greep op hun kind.
·
De behandeldoelen:
Wat willen wij samen met ouders en de jongere
bereiken en op welke termijn denken wij dit te doen.
4. Adviesgesprek en behandelovereenkomst
Als
het behandelplan klaar is, nodigen wij ouders en (indien mogelijk) de jongere
uit voor een adviesgesprek. In dit gesprek bespreken wij het behandelplan. Wij
leggen uit wat deze bevindingen betekenen voor alle betrokkenen en wij komen
met behandelvoorstellen. Als ouders akkoord gaan met deze voorstellen sluiten
wij een behandelovereenkomst. Na ondertekening van deze overeenkomst gaan wij
over naar de volgende stap van het zorgprogramma.
5. Behandeling en begeleiding
Meestal
doorlopen wij de volgende elementen:
·
Behandeling van de psychose met medicijnen.
·
Het geven van psycho-educatie aan ouders. Deze psycho-educatie bestaat uit advies en uitleg. Wij leggen de
uitkomsten van de onderzoeken en het behandelplan uit. Wij geven mogelijke
toekomstige ontwikkelingen aan en schetsen de gevolgen voor het denken en
handelen van de jongere die worden veroorzaakt door de psychose. Wij geven
richtlijnen voor een ‘gezonde’ leefwijze en adviezen voor de aanpak en de
opvoeding van de jongere. Vanaf het moment dat de jongere zelf goed
aanspreekbaar is en zich weer kan richten op het hier en nu, beginnen wij ook
met het geven van psycho-educatie aan de jongere.
·
Langer durende ondersteunende en structurerende behandeling van de ouders.
·
Revalidatieprogramma
·
Voor de behandeling van eventuele restverschijnselen die zijn veroorzaakt
door de psychose wordt bij een aantal jongeren begonnen met cognitieve
gedragstherapie.
·
Laatste stap: Laagfrequente nazorg voor de jongere, de ouders en het gezin.