Wat is angst?
Iemand
die angstig is, heeft vaak een of meer van de volgende kenmerken:
·
Lichamelijke reacties
Zoals versnelde hartslag, transpireren, ademhalingsproblemen.
·
Gedragskenmerken
Zoals terugtrekken, stil, meegaand en vermijden,
maar ook een geïrriteerde stemming, piekeren en concentratieproblemen.
·
Ernstig tekort aan
zelfwaardering
Zeer
angstige kinderen zoeken vaak steun bij anderen of trekken zich terug. Dat
zorgt er vaak voor dat opvoeders (ouders en leerkrachten) tegelijkertijd
beschermend en geïrriteerd zijn. Kinderen worden daardoor vaak nog angstiger.
Als
angst het leven van het kind gaat beheersen, bestaat de kans op het ontwikkelen
van een angststoornis. Er zijn vele vormen van angststoornissen, zoals een
paniekstoornis, een separatiestoornis, een fobie of een posttraumatische stress
stoornis (PTSS). Het komt regelmatig voor dat een kind naast een angststoornis
een tweede psychiatrische stoornis of probleem heeft, bijvoorbeeld een
depressie.
Waar komt het vandaan?
Ieder
kind is wel eens angstig. Angst wordt pas een psychiatrisch probleem wanneer
het een kind niet lukt om de angst de baas te worden. Als het kind angstig
blijft terwijl de aanleiding daarvoor er niet (meer) is, kan deze angst het
‘normale’ leven gaan belemmeren. Een onveilige en/of overbeschermende
opvoedingssituatie is vaak een belangrijke factor bij het ontstaan en blijven
bestaan van angststoornissen. De oorzaak kan ook in een traumatische ervaring
liggen.
Hoe vaak komt het voor?
Een
angststoornis is één van de meest voorkomende psychische ziektebeelden bij
kinderen en jeugdigen. Volgens onderzoekers varieert het percentage tussen 2%
en 6%. Een angststoornis komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens.
Hulpverleners onderkennen de stoornis vaak pas laat en de betekenis voor het
dagelijks leven van het kind en zijn omgeving wordt vaak onderschat.
Wat doet Karakter?
Karakter
heeft speciaal voor kinderen en jeugdigen met een angst en hun ouder(s) of
verzorger(s) een zorgprogramma ontwikkeld. Dit programma geeft aan op welke
wijze Karakter bij dit ziektebeeld invulling geeft aan diagnostiek en
behandeling.
Welke stappen?
Voor
het Zorgprogramma Angststoornis worden de volgende stappen doorlopen:
1. Aanmelding en intake
Meestal
meldt Bureau Jeugdzorg of een (huis)arts een kind aan bij Karakter. Na deze
aanmelding vindt er met de ouders en (indien mogelijk) het kind een
intakegesprek plaats op een van de locaties van Karakter.
2. Diagnostiek
Om
helder te krijgen wat er met het kind aan de hand is, wordt aansluitend op de
intake een start gemaakt met een aantal onderzoeken: de diagnostiek. Deze
diagnostiek bestaat uit (een aantal van) de volgende onderzoeken:
·
Een ontwikkelingsanamnese
Bij dit onderzoek nemen we met ouders
een verzameling gestructureerde vragenlijsten door.
·
Een kinderpsychiatrisch onderzoek
·
Een persoonlijkheidsonderzoek
·
Een analyse van de schoolinformatie (leerprestaties en het gedrag)
Na
deze onderzoeken ontstaat van de meeste kinderen een helder beeld: de diagnose.
Het
is mogelijk dat aanvullend onderzoek nodig is.
3. Behandelplan
Met
de uitkomsten van de diagnostiek stelt een kinder- en
jeugdpsychiater een behandelplan op met daarin de volgende informatie:
·
De diagnose: wat is er aan
de hand:
De DSM-IV,
een officiële indeling van psychiatrische aandoeningen, onderscheidt vele
vormen van angststoornissen, die soms leeftijdafhankelijk zijn, zoals
separatiestoornis, specifieke fobie, paniekstoornis, sociale fobie en de
obsessief compulsieve stoornis.
Angststoornissen die bij
elke leeftijd kunnen optreden zijn Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS),
acute stressstoornis en angststoornis NAO (niet anders omschreven).
Het komt regelmatig voor
dat een kind naast een van bovenstaande angststoornissen een tweede
psychiatrische stoornis of probleem heeft zoals een stemmingsstoornis of een
van de andere angststoornissen.
·
Een sterkte-zwakte
analyse:
“Wat zijn de sterke en
minder sterke kanten van het kind”, en “Wat zijn de sterke en minder sterke
kanten van de sociale omgeving (zoals gezin en school) van het kind”.
Een onveilige of overbeschermende opvoedingssituatie kan een belangrijke
factor zijn bij het ontstaan en het onderhouden van angststoornissen. Zeer
angstige kinderen roepen bij opvoeders vaak tegelijkertijd overbescherming
en irritatie op. Er ontstaat op die manier gemakkelijk een negatieve spiraal
van wederzijdse onzekerheid.
·
De behandeldoelen:
Wat willen wij samen met
ouders en hun kind bereiken en op welke termijn denken wij dit te doen. Een
angststoornis is één van de meest voorkomende psychische stoornissen bij
kinderen. In de praktijk wordt een angststoornis door de huisarts vaak laat
onderkend en wordt de betekenis van de stoornis voor het dagelijks leven van
het kind en zijn of haar omgeving vaak onderschat.
4. Adviesgesprek en behandelovereenkomst
Als
het behandelplan klaar is, nodigen wij ouders en (indien mogelijk) het kind uit
voor een adviesgesprek. In dit gesprek bespreken wij het behandelplan. Wij
leggen uit wat deze bevindingen betekenen voor alle betrokkenen en wij komen
met behandelvoorstellen. Als ouders akkoord gaan met deze voorstellen sluiten
wij een behandelovereenkomst. Na ondertekening van deze overeenkomst gaan wij
over naar de volgende stap van het zorgprogramma.
5. Behandeling en begeleiding
Het basisprogramma:
Het
geven van psycho-educatie aan ouders en hun kind.
Deze psycho-educatie bestaat uit advies en uitleg.
·
Uitleg aan ouders en hun kind over de uitkomsten van de diagnostiek,
waaronder de sterkte-zwakte analyse en uitleg over de
betekenis van een angststoornis voor het denken en handelen van het kind.
·
Het geven van adviezen voor de aanpak en opvoeding van het kind thuis en op
school
·
Het kortdurend ondersteunen en begeleiden van ouders als opvoeder (en soms
ook de leerkracht) bij de nieuw aangeleerde benadering van het kind.
Het basisprogramma: Overig
Voor veel kinderen wordt naast de psycho-educatie, medicatietherapie en/of een vorm van
cognitieve gedragstherapie toegevoegd. Bij een ernstige angststoornis kan
behandeling met medicijnen noodzakelijk zijn om de hiervoor genoemde
behandelvormen te ondersteunen.
Aanvullende behandeling
Bij
(ernstige) problemen in de thuissituatie en/of een angststoornis met een tweede
(ernstige) psychiatrische problematiek kan samen met ouders besloten worden
tot:
·
Uitbreiding van therapie, bijvoorbeeld gezinstherapie
·
Langdurige en/of intensieve ouderbegeleiding of gezinsbehandeling
·
Klinische behandeling van het kind in deeltijdbehandeling. Bij een
angststoornis zal niet snel worden overgegaan tot een opname. Slechts als
sprake is van ernstige bijkomende problematiek kan opname nuttig blijken. Het
gaat hierbij altijd om een kortdurende opname.