Wat is een depressieve stoornis?
Het
gedrag van een kind of jongere met een depressie is afhankelijk van de oorzaak en
de leeftijd. Veel kinderen hebben lichamelijke klachten, zijn prikkelbaar,
vermoeid en weinig actief of juist overactief.
De
ernst van een depressie is verschillend:
·
Lichte/matige depressies
Hierbij kan het kind heel somber zijn en zich
terugtrekken, maar er is nog wel contact mogelijk. Het kind gaat nog wel (soms
met moeite) naar school.
·
Matige/ernstige depressies
De depressie geeft veel beperkingen in het
dagelijkse leven. Het kind zit bijvoorbeeld de hele dag alleen op zijn kamer,
slaapt veel en gaat niet naar school.
·
Zeer ernstige depressies
Het kind is zeer somber en er kunnen gedachten
over, of pogingen tot zelfmoord zijn. Ook kunnen er psychotische kenmerken
zijn, waarbij het kind dingen waarneemt die er voor anderen niet zijn,
bijvoorbeeld het horen van ‘stemmen’.
Depressies
vallen onder de hoofdgroep stemmingsstoornissen. Psychiaters gebruiken voor
kinderen en jongeren met een depressie de volgende indeling:
1.
De depressieve stoornis
Deze wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van één
of meerdere depressieve periodes.
2.
De dysthyme
stoornis
Deze stoornis verschilt van de depressieve stoornis
doordat de sombere stemming minder heftig is, maar het veel langer duurt.
3.
De bipolaire stoornis
Deze wordt gekenmerkt door de afwisseling tussen
sombere periodes en periodes waarin het kind heel druk en vrolijk is en alles
denkt (aan) te kunnen.
Ongeveer
90% van alle kinderen met een depressieve stoornis heeft een tweede
psychiatrische aandoening of probleem. Bijvoorbeeld eetproblemen, een
verslaving of een gedragsstoornis (stoornis met kenmerken zoals veel conflicten hebben, zich niet aan
regels houden, agressie).
Waar komt het vandaan?
Ieder
kind is wel eens somber, trekt zich wel eens terug, slaapt of eet slecht of is
vermoeid. Het wordt een depressieve stoornis als het langere tijd (weken of
maanden) blijft aanhouden. De oorzaken van een depressie zijn lastig aan te
geven omdat deze zeer verschillend zijn.
Hoe vaak komt het voor?
Een
depressieve stoornis komt ongeveer bij 1% van de kinderen tot 13 jaar voor, evenveel
bij jongens als bij meisjes. Bij pubers is dat ongeveer 4%. In de pubertijd
komt depressie tweemaal zoveel bij meisjes als bij jongens voor.
Wat doet Karakter?
Karakter
heeft speciaal voor kinderen en jeugdigen met een depressieve stoornis en hun
ouder(s) of verzorger(s) een zorgprogramma ontwikkeld. Dit programma geeft aan
op welke wijze Karakter bij dit ziektebeeld invulling geeft aan diagnostiek en
behandeling.
Welke stappen?
Voor
het Zorgprogramma Depressieve stoornis worden de volgende stappen doorlopen:
1. Aanmelding en intake
Meestal
meldt Bureau Jeugdzorg of een (huis)arts een kind aan bij Karakter. Na deze
aanmelding vindt er met de ouders en (indien mogelijk) het kind een intakegesprek
plaats op een van de locaties van Karakter.
2. Diagnostiek
Om
helder te krijgen wat er met het kind aan de hand is, wordt aansluitend op de
intake een start gemaakt met een aantal onderzoeken: de diagnostiek. In ieder
geval vindt er een ontwikkelingsanamnese plaats, waarin een aantal
vragenlijsten met ouders worden doorgenomen. Na deze onderzoeken ontstaat bij
de meeste kinderen een helder beeld: de diagnose. Het is mogelijk dat
aanvullend onderzoek nodig is.
3. Behandelplan
Met
de uitkomsten van de diagnostiek stelt een kinder- en
jeugdpsychiater een behandelplan op met daarin de volgende informatie:
·
De diagnose: wat is er aan
de hand.
In de DSM-IV, een
officiële indeling van psychiatrische aandoeningen, valt de depressieve
stoornis onder de hoofdgroep Stemmingsstoornissen. De depressieve stoornis
wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van één of meerdere depressieve periodes.
De hoofdgroep stemmingsstoornissen omvat verder de Bipolaire en de Dysthyme stoornissen. De bipolaire stoornis wordt
gekenmerkt doordat depressieve periodes worden afgewisseld met manische
periodes. De dysthyme stoornis onderscheidt zich van
de depressieve stoornis doordat de stemmingsstoornis minder intens is maar dat
de duur ervan veel langer is.
Ongeveer 90% van alle kinderen met een depressieve
stoornis heeft een tweede psychiatrische aandoening of probleem, zoals een
angststoornis, een gedragsstoornis, ADHD, een
eetstoornis of een verslaving. Een belangrijke vraag daarbij is welke
aandoening voorop staat en welke eerst behandeld zal moeten worden.
·
Een sterkte-zwakte
analyse:
“Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van het
kind”, en “Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van de sociale omgeving
(zoals gezin en school) van het kind”.
Een onveilige opvoedingssituatie (zoals
hechtingsproblematiek en relationele spanningen) en traumatische ervaringen
kunnen belangrijke factoren zijn bij het ontstaan en het onderhouden van de
depressieve stoornis.
·
De behandeldoelen:
Wat willen wij samen met ouders en hun kind
bereiken en op welke termijn denken wij dit te doen. De meest recente
verklaringen voor het ontstaan van een depressieve stoornis bij kinderen gaan
uit van een combinatie van factoren. Enerzijds door een tekort of teveel van
bepaalde stofjes (of de activiteit daarvan) in de hersenen en een (erfelijke)
kwetsbaarheid en anderzijds door het meemaken van gebeurtenissen die als
negatief en overbelastend worden ervaren.
4. Adviesgesprek en behandelovereenkomst
Als
het behandelplan klaar is, nodigen wij ouders en (indien mogelijk) het kind uit
voor een adviesgesprek. In dit gesprek bespreken wij het behandelplan. Wij
leggen uit wat deze bevindingen betekenen voor alle betrokkenen en wij komen
met behandelvoorstellen. Als ouders akkoord gaan met deze voorstellen sluiten
wij een behandelovereenkomst. Na ondertekening van deze overeenkomst gaan wij
over naar de volgende stap van het zorgprogramma.
5. Behandeling en begeleiding
De
vormgeving van de behandeling wordt in belangrijke mate bepaald door de ernst
van de stoornis.
·
Bij zeer ernstige depressies, waarbij sprake is van suïcidaliteit
en/of psychotische kenmerken, kan een opname noodzakelijk en zelfs
onvermijdelijk zijn. Het kan nodig zijn dat er een opname plaatsvindt in een
gesloten setting.
·
Bij matige/ernstige depressies kan een dagopname nodig zijn.
·
Bij lichte/matige depressies kan veelal worden volstaan met behandeling
vanuit huis.
Het
uitgangspunt bij opname is om deze niet langer te laten duren dan strikt
noodzakelijk.
Het
bepalen van de mate van depressie is soms lastig. Er kan tijdens een
behandeling dan ook van strategie worden veranderd.