Wat is Autisme?
Het gedrag van kinderen met
autisme kenmerkt zich vaak door:
·
Stoornissen in het contact
Kinderen zijn gesloten en afwachtend
of eisen juist veel aandacht. Ze kunnen zich moeilijk voorstellen hoe andere
mensen denken en voelen.
·
Stoornissen in de
communicatie
Sommige kinderen zeggen
helemaal niets en reageren ook niet. Andere kinderen herhalen vaak wat zijzelf
of anderen zeggen. Soms is hun taalgebruik goed, maar komt hun
gezichtsuitdrukking of lichaamstaal niet overeen met wat ze zeggen. Ook nemen
ze vaak erg letterlijk wat anderen zeggen.
·
Beperkte interesses en
activiteiten
Kinderen met autisme
kunnen zich helemaal richten op één onderwerp. Ook herhalen ze vaak hetzelfde
gedrag.
·
Een sterke weerstand tegen
verandering
Door veranderingen in de omgeving (hoe klein ook)
kan een kind met autisme in paniek raken. Dit kan zo sterk zijn dat het kind
zich agressief gaat verzetten.
De
problemen in gezinnen met kinderen met autisme kunnen groot zijn. Ouders hebben
moeite om contact te maken met het kind. Dit kan ouders een gevoel van onmacht
geven. Het kind kan zich onbegrepen voelen, wat kan leiden tot gedragsproblemen
zoals agressie of terugtrekken.
Drie typen
Psychiaters gebruiken voor autisme
de naam Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Ze onderscheiden daarin de volgende
typen:
1.
De Autistische Stoornis
Dit wordt als de meest ernstige variant gezien. De
kenmerken zoals hierboven genoemd, komen bij deze stoornis het duidelijkst naar
voren.
2.
Stoornis van Asperger
Het grote verschil met de Autistische Stoornis is
dat kinderen hun taal sterk ontwikkeld hebben en er minder of geen sprake is
van leerproblemen.
3.
PDD-NOS (Pervasieve ontwikkelingsstoornis,
niet anders omschreven)
Dit type kenmerkt zich
door ernstige problemen in het contact met anderen, maar dit is minder
duidelijk dan bij bovenstaande twee categorieën.
Kinderen
met autisme hebben vaak een tweede psychiatrische stoornis of probleem. Veel
voorkomende problemen zijn angst, depressie of slaapproblemen.
Waar komt het vandaan?
Autisme
is een aangeboren stoornis die op latere leeftijd niet vanzelf overgaat. Het
kind en zijn omgeving kunnen wel leren omgaan met autisme.
Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer
1-6 van de 1000 kinderen heeft een vorm van autisme. Bij jongens komt autisme
vier keer zoveel voor als bij meisjes.
Wat doet Karakter?
Karakter
heeft speciaal voor kinderen en jeugdigen met een autisme spectrum stoornis en
hun ouder(s) of verzorger(s) een zorgprogramma ontwikkeld. Dit programma geeft
aan op welke wijze Karakter bij dit ziektebeeld invulling geeft aan diagnostiek
en behandeling.
Welke stappen?
Voor
het Zorgprogramma Autisme worden de volgende stappen doorlopen:
1. Aanmelding en intake
Meestal
meldt Bureau Jeugdzorg of een (huis)arts een kind aan bij Karakter. Na deze
aanmelding vindt er met de ouders en (indien mogelijk) het kind een
intakegesprek plaats op een van de locaties van Karakter.
2. Diagnostiek
Om
helder te krijgen wat er met het kind aan de hand is, wordt aansluitend op de
intake een start gemaakt met een aantal onderzoeken: de diagnostiek. Deze
diagnostiek bestaat uit (een aantal van) de volgende onderzoeken:
·
Een ontwikkelingsanamnese
Bij dit onderzoek nemen we met ouders een verzameling gestructureerde
vragenlijsten door.
·
Een kinderpsychiatrisch onderzoek.
·
Een neuropsychologisch onderzoek
Na
deze onderzoeken ontstaat bij de meeste kinderen een helder beeld: de diagnose.
Het
is mogelijk dat aanvullend onderzoek nodig is.
3. Behandelplan
Met
de uitkomsten van de diagnostiek stelt een kinder- en
jeugdpsychiater een behandelplan op met daarin de volgende informatie:
· De diagnose: wat is er aan de hand.
Het komt relatief veel voor dat kinderen met ASS
een tweede psychiatrische stoornis of probleem hebben. Veel voorkomend zijn een
angststoornis, een depressie of een slaapstoornis.
·
Een sterkte-zwakte
analyse:
“Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van het
kind”, en “Wat zijn de sterke en minder sterke kanten van de sociale omgeving
(zoals gezin en school) van het kind”.
De wisselwerking tussen kinderen met ASS en hun
omgeving is, gezien de contact- en communicatieproblematiek groot. Voor ouders
is het vaak moeilijk om tot een vanzelfsprekende opvoedingsrelatie met hun kind
te komen. Toenemende onmacht in de opvoedingssituatie kan gemakkelijk leiden
tot toenemende gedragsproblemen en is een grote remmende factor in de verdere
ontwikkeling van een kind met ASS.
·
De behandeldoelen:
Wat willen wij samen met ouders en hun kind
bereiken en op welke termijn denken wij dit te doen. ASS is een stoornis die
niet ‘beter’ te maken is, of die op latere leeftijd vanzelf overgaat. Het is
wel mogelijk dat het kind en zijn of haar omgeving leert omgaan met ASS. De mate waarin dit lukt is afhankelijk van
verschillende factoren, zoals intelligentieniveau, het moment van ontdekken, de
sterkte van het sociale netwerk.
4. Adviesgesprek en behandelovereenkomst
Als
het behandelplan klaar is, nodigen wij ouders en (indien mogelijk) het kind uit
voor een adviesgesprek. In dit gesprek bespreken wij het behandelplan. Wij
leggen uit wat deze bevindingen betekenen voor alle betrokkenen en wij komen
met behandelvoorstellen. Als ouders akkoord gaan met deze voorstellen sluiten
wij een behandelovereenkomst. Na ondertekening van deze overeenkomst gaan wij
over naar de volgende stap van het zorgprogramma.
5. Behandeling en begeleiding
Het
basisprogramma:
Het geven van psycho-educatie
aan ouders en hun kind. Deze psycho-educatie bestaat
uit advies en uitleg.
·
Uitleg aan ouders en hun kind (en vaak ook aan de onderwijskracht) over de
bevindingen van de diagnostiek en over de betekenis van ASS bij het denken en
handelen van het kind.
·
Het geven van adviezen voor de aanpak en opvoeding van het kind thuis en op
school.
·
Het kortdurend ondersteunen en begeleiden van ouders als opvoeder (en soms
ook de leerkracht) bij de nieuw aangeleerde benadering van het kind.
Het basisprogramma: Overig
·
Hulp bij het opzetten van een ontwikkelingsstimuleringsprogramma.
Aanvullende behandeling
Bij
(ernstige) problemen in de thuissituatie en/of een angststoornis met een tweede
(ernstige) psychiatrische problematiek kan samen met ouders besloten worden
tot:
·
Uitbreiding van therapie en training, bijvoorbeeld gedragstherapie, sociale
vaardigheidstraining, ontwikkelingsstimulerende activiteiten, gezinstherapie.
·
Medicatie. In een aantal gevallen kunnen medicijnen een goede ondersteuning
geven bij de psycho-educatie, therapieën en
trainingen.
·
Langdurige en/of intensieve ouderbegeleiding of gezinsbehandeling
·
Klinische behandeling van het kind in deeltijd of dagbehandeling. Het gaat
hierbij altijd om een kortdurende opname, waarbij behandeling, opvoeding en
onderwijs samenkomen. Voor kinderen met ASS wordt tijdens het verblijf in de
behandelgroep gewerkt aan gedragsregulatie, sociale ontwikkeling en het
versterken van aanwezige competenties.