Het verhaal van Astrid

Het verhaal van Astrid

Het was een heftig jaar voor ons gezin. Zo heftig dat zowel mijn man als ik een paar maanden geleden met een burnout thuis kwamen te zitten. Maar gelukkig gaat het nu beter, ook vanwege de psychiatrische gezinsbehandeling.

Astrid Cp A13

Maar laat ik bij het begin beginnen. We hebben drie jongens in de leeftijd 3, 5 en 7 jaar. Het zijn leuke, stoere jongens. Onze oudste (Tom) was destijds een hele makkelijke baby, totdat hij ging lopen. Toen begon ons op te vallen dat hij niet reageerde als we hem riepen. Eerst dachten we dat hij gewoon heel eigenwijs was en dat het vanzelf beter zou gaan. Maar hij werd ook snel boos, vooral als dingen anders gingen dan hij in zijn hoofd had. Hij is toen onderzocht en daaruit kwam de diagnose autisme spectrum stoornis. Na een periode op een medische peuterspeelzaal, kon Tom toch de overstap maken naar het reguliere onderwijs.

Toen Tom twee was, is broertje Job geboren. Job was een huilbaby. Al snel bleek dat hij veel soorten eten slecht verdroeg, dat hebben we aangepast. Verder maakte hij eigenlijk een hele gewone ontwikkeling door. Maar toen hij wat ouder werd, viel hij steeds spontaan in slaap. Het ene moment was hij nog met autootjes aan het spelen en het volgende moment lag hij ineens diep te slapen, zomaar op de grond. Hij is inmiddels onderzocht door de kinderarts en orthopedagoog, maar een oorzaak is nog niet gevonden.

Woede-aanvallen
Ondertussen ging het ook slechter met de oudste, hij ontwikkelde allerlei dwanghandelingen. Het lastige was dat die handelingen iedere paar weken veranderden. Vond hij het de ene week belangrijk dat zijn kleding exact recht lag in de kledingkast, de week daarop wilde hij ineens per se bij het ontbijt al het brood opeten dat hij voor zijn lunch in zijn trommeltje had gedaan.

Inmiddels was ook de jongste Frank geboren en meteen in de eerste week al zagen mijn man en ik grote overeenkomsten met de oudste. Alhoewel er nog geen diagnose is gesteld, denken wij toch dat ook hij een autisme spectrum stoornis heeft. Inmiddels is hij drie jaar en kan hij verschrikkelijke woede-aanvallen hebben die langer dan een uur duren. Hij is dan erg bang en we kunnen hem niet troosten. Hij wil dan niet aangeraakt worden. Dat is ook moeilijk voor ons als ouders.

Wij waren overbelast
Zelf werk ik in de gehandicaptenzorg. Vanuit mijn beroep heb ik veel kennis van positief opvoeden en omgaan met kinderen. Juist daardoor hebben mijn man en ik het lang kunnen volhouden. Maar de situatie thuis werd gewoon te complex en te intensief. We zijn met alle drie de kinderen naar Karakter gegaan. Bij de intake was al duidelijk dat we enorm overbelast waren. Er is toen door Karakter versneld actie ondernomen en direct intensieve psychiatrische gezinsbehandeling opgestart.

Ook andere acties om wat meer lucht te krijgen zijn toen ingezet: de jongste gaat nu wekelijks een paar dagdelen naar een medische peuterspeelzaal. De oudste gaat af en toe in het weekend naar een logeerboerderij. Verder hebben alle drie de kinderen dagelijks een uur kamertijd. Ze gaan dan op hun eigen kamer spelen of lezen. Zo kan ik ook even bijtanken.

Overstap van winter- naar zomerkleding
Tijdens de intensieve psychiatrische gezinsbehandeling praten we met de behandelaar over de dagelijkse dingen waar we tegenaan lopen. De ene week praten we als ouders apart met haar. De andere week zijn onze kinderen erbij. 
Het zijn juist de kleine dingen die het meest ontregelend zijn voor de kinderen. Bijvoorbeeld: als er een keer een schoolontbijt wordt georganiseerd, of als we de overstap maken van winter- naar zomerkleding. Met al die praktische zaken kan de gezinsbehandelaar goed adviseren. Ik kan mijn verhaal bij haar kwijt en samen bespreken we methodieken die werken. Zo hebben we picto’s en een nieuw beloningssysteem ingevoerd. Er gaat nu ook extra aandacht uit naar de middelste zoon, die te lijden heeft onder de driftbuien van de oudste en jongste.

We zijn er nog lang niet, maar merken dat het al met al stukken beter gaat. Op initiatief van Karakter zitten we nu ook regelmatig in een gezamenlijk overleg aan tafel met school, gemeente en Zozijn. Zo kunnen we de hulp goed op elkaar afstemmen. Samen komen we verder.

 

 

 

 

 

 

Vanwege de privacy van onze patiënten zijn de namen gefingeerd. De vrouw op de foto is niet Astrid.

 

Terug naar boven