Op het consultatiebureau

Op het consultatiebureau

De eerste bezoekers op het spreekuur van de jeugdarts zijn een jonge moeder met twee kinderen. Een kleuter van bijna 4 jaar loopt bedremmeld naar binnen, maar klaart op als hij de speelgoedhoek ziet. Een ander kind zit nog in een buggy. Het is de 1,5 jarige Ruben.

Het kleine jongetje is door de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau doorverwezen naar de jeugdarts. De jeugdverpleegkundige vindt dat Ruben zich niet zo ontwikkelt als verwacht. Zijn moeder ziet dat ook en vertelt dat het verschil met haar oudste groot is. Die brabbelde er met deze leeftijd al lustig op los en maakte meer contact. Terwijl moeder dit vertelt staart. Ruben wat voor zich uit en lijkt zich niet voor zijn omgeving te interesseren.

Belangrijk dat ouders achter verwijzing staan
Soms is snel duidelijk dat er meer aan de hand is met een kind, vertelt jeugdarts Kelli van Gerven. Zij werkt bij de GGD Gelderland Midden* als jeugdarts op het consultatiebureau en de school. ‘Bij Ruben zag ik na observatie en wat testen een aantal autistische kenmerken. Voordat we vervolgstappen ondernemen en doorverwijzen voor nader onderzoek bij een kinderpsychiater vind ik het belangrijk dat de ouders eerst de tijd krijgen om deze boodschap even te laten bezinken. Ouders moeten namelijk wel achter een verwijzing staan. Ik gaf de moeder van Ruben daarom internetadressen waarop ze meer informatie kon vinden.’

Bij de vervolgafspraak na twee weken geeft moeder aan dat ze inderdaad de autistische kenmerken herkent en komt zelf met het idee om met Ruben naar Karakter te gaan.

‘Bij Ruben was het vrij helder, maar veel vaker is het helemaal niet zo duidelijk waarom een kind afwijkend gedrag vertoont of in ontwikkeling achterblijft,’ vertelt de jeugdarts. ‘Misschien is het gehoor niet optimaal, zijn er opvoedproblemen of is de gezinssituatie niet stabiel. Voordat we dan overwegen om een kind te verwijzen zorgen we er eerst voor dat we de gezinssituatie beter in kaart brengen. We kunnen dit bijvoorbeeld doen doordat onze jeugdverpleegkundige op huisbezoek gaat. Daarbij is de huisarts een essentiële samenwerkingspartner waarmee we graag overleggen. Een greep uit andere ketenpartners zijn: het CJG, het wijkteam, Vroeghulp Ede, Veilig Thuis en het audiologisch centrum.

Rol jeugdverpleegkundige
Hoe belangrijk de rol van de jeugdverpleegkundige is, wil Van Gerven graag benadrukken. ‘Die ziet op het consultatiebureau immers alle kinderen. De jeugdarts ziet een deel van de kinderen op verzoek van bijvoorbeeld de ouders en/of de jeugdverpleegkundige. Redenen om bij de jeugdarts te komen zijn uiteenlopend, enkele voorbeelden: als een kind een slechte start heeft gemaakt, of als er een hartruisje te horen is; het kind niet zindelijk wordt of regressiegedrag toont; de balletjes niet indalen; de motoriek achterblijft of de taal/spraak-ontwikkeling slecht op gang komt. Maar zeker ook bij twijfel over het gedrag van het kind. Voor onze screening maken we gebruik van richtlijnen van het Nederlands Centrum van Jeugdgezondheidszorg. En als ik een vermoeden heb van autisme, gebruik ik de COSOS vragenlijst.’

Laagdrempelige hulp
‘Natuurlijk willen we een kind zo snel mogelijk helpen,’ zegt de jeugdarts. ‘Dat is ook de wens en verwachting van ouders. Echter als niet helemaal duidelijk is waardoor een kind achterblijft in de ontwikkeling, kiezen we er vaak voor om een kind eerst door te verwijzen naar bijvoorbeeld de logopedist, het audiologisch centrum of fysiotherapie. Voor ouders is dat ook laagdrempeliger dan de psychiatrie. Deze eerstelijnsprofessionals kunnen een kind in een aantal sessies verder helpen en daarbij zelf ook observeren en screenen. Zij koppelen aan ons terug hoe het gaat. En ja, soms is dit voldoende en soms heeft het te weinig effect en komt de tweedelijn echt in beeld.’

Van Gerven ziet ook kinderen waarbij een verwijzing niet direct noodzakelijk is, maar waarover ze zich wel zorgen maakt. Gaat dat kind het straks wel redden op school? ‘Als het kind de stap naar de basisschool maakt, spreek ik vaak met ouders af dat we na bijvoorbeeld drie maanden even contact met elkaar hebben om te weten hoe het gaat. En op de leeftijd van 5 of 6 jaar worden alle kinderen uitgenodigd voor een standaardonderzoek. Ouders vullen dan een vragenlijst in over hoe het met het kind gaat en of zij zorgen of vragen hebben. Daarnaast wordt het kind dan nagekeken. Ook dit is een belangrijk moment voor het signaleren van gedragsproblemen, omdat de overgang naar de basisschool een grote stap is voor kinderen. We raken de kinderen niet uit het oog.’

*De jeugdgezondheidszorg wordt in Gelderland-Midden uitgevoerd door de GGD Gelderland-Midden (0 tot 18-jarigen). Kinderen van 0 tot en met 4 jaar worden onderzocht op het consultatiebureau. Kinderen in de leeftijd van 4 - 18 jaar worden op school gezien door de jeugdgezondheidszorg.
Jeugdarts Kelli van Gerven ziet kinderen van 0-12 jaar.

 

 

 

Terug naar boven