Meer jongeren met psychische problemen door sexting

Meer jongeren met psychische problemen door sexting

Welke jongere loopt er niet met een smartphone in zijn hand? Even berichten checken en delen op social media en weten wat er speelt bij vrienden en klasgenoten. De snelle opkomst van de social media heeft, naast de leuke aspecten, ook een aantal ongewenste effecten.

Sexting

Een relatief nieuw fenomeen is online seksueel misbruik, zoals sexting  sextortion of grooming. Online seksueel misbruik kan een jongere ernstige emotionele schade toebrengen, denk aan angstklachten en/of depressieve klachten.

Meeste gevallen onder de radar
Hulpverleners in de jeugdggz constateren een toename van kinderen en jongeren die een beroep doen op de jeugdhulp vanwege psychische klachten door online seksueel misbruik. ‘Er moet nog onderzoek gedaan worden, maar duidelijk is wel dat er een flinke toename is van jongeren met psychische klachten door bijvoorbeeld sexting. We vermoeden dat de meeste gevallen nog onder de radar blijven,’ zegt psychotraumatoloog Rik Knipschild. ‘Online seksueel misbruik is een onderwerp waar een jongere niet makkelijk vrij over zal spreken, ook niet met een behandelaar. Enerzijds ervaart de jongere vaak enorme schaamtegevoelens of wordt onder druk gezet niet te onthullen. Anderzijds is er ook nog veel onbekendheid met dit fenomeen bij behandelaren.’

Het kan ieder meisje/jongen overkomen
‘Ook bij Karakter zien we deze jongeren. Vaak gaat het om patiënten die al eerder in onderzoek en behandeling zijn geweest. Maar daarmee kan niet automatisch worden gesteld dat juist deze kinderen hier kwetsbaarder voor zijn. Ik denk dat het ieder meisje of iedere jongen kan overkomen,’ aldus Knipschild. ‘Experimenteren met seksualiteit is immers iets wat bij de leeftijd hoort. We weten dat 7 tot 27% van alle jongeren weleens een seksueel getinte foto van zichzelf deelt met een ander. Vaak gaat dit goed en zijn er geen kwade intenties. Maar soms gaat het ook goed mis, bijvoorbeeld wanneer seksueel getint beeldmateriaal zonder toestemming wordt verspreid.’

Het digitale fietsenhok
De digitale ontwikkelingen gaan razendsnel. ‘Belangrijk,’ zegt Knipschild, ‘dat we als hulpverleners blijven anticiperen op wat er in het digitale fietsenhok gebeurt, en op de eventuele psychische gevolgen hiervan. Op welke signalen moet je letten? Waar moet je naar vragen? Op welke wijze kun je ingrijpen en de patiënt begeleiden als dit nodig is? Dit zijn vragen die onder behandelaren leven. Er is immers nog geen protocol voor behandeling en in algemene zin is er nog weinig bekend over de eventuele schadelijke gevolgen van online seksueel misbruik. Daarom werken Iva Bicanic (klinisch psycholoog, hoofd landelijk psychotraumacentrum) en ik aan een leidraad waarmee behandelaren voorlopig uit de voeten kunnen. Deze leidraad zal vooralsnog gebaseerd zijn op basis van klinische ervaring en consensus tussen behandelaren. Onderzoek is noodzakelijk om in de toekomst zorgvragen zo optimaal mogelijk te kunnen begeleiden.’

Behandelaren die geinteresseerd zijn in de leidraad kunnen deze (zodra die gepubliceerd is) opvragen bij Rik Knipschild (traumatoloog bij Karakter) via r.knipschild@karakter.com.

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Rik Knipschild, via r.knipschild@karakter.com.

 

Terug naar boven