Onderzoek: Positieve geestelijke gezondheid en ADHD

Onderzoek: Positieve geestelijke gezondheid en ADHD

Psychische aandoeningen zijn vaak chronisch. Mede daarom zijn behandelingen nodig die zich vooral richten op ‘care’ in plaats van ‘cure’. Immers, ‘care’ richt zich op een zo goed mogelijk functioneren en welbevinden, ondanks blijvende geestelijke gezondheidsproblemen en/of kwetsbaarheden.

Tekenencp

Zo’n benadering van positieve gezondheid gaat verder dan louter de vermindering van de symptomen van de aandoening, maar richt zich ook op verbetering van sociale contacten en deelname aan de samenleving en kwaliteit van leven (Huber et al., 2011; Huber et al., 2016).

De 'andere kant' van ADHD
Onderzoeker Corina Greven bestudeert, samen met collega’s van Karakter, positieve geestelijke gezondheid in de context van ADHD. In recent prijswinnend onderzoek, bestudeerde ze het ‘tegenovergestelde’ van ADHD (Greven et al., 2016). Daarmee doelt ze op heel weinig ADHD kenmerken zoals het hebben van een zeer goede aandachtsspanne en impulscontrole. Deze studie voerde Greven uit bij een representatieve onderzoeksgroep van meer dan 2.000 16-jaar oude eeneiige en twee-eiige tweelingen uit het Verenigd Koninkrijk (www.teds.ac.uk). Ze maakte gebruik van de SWAN (Strengths and Weaknesses of ADHD symptoms and Normal Behaviour) zelfrapportage vragenlijst.

Greven: ‘Uit ons onderzoek kwamen drie hoofdbevindingen:  
Erfelijkheid
Ten eerste: We weten dat het hebben van veel ADHD kenmerken erfelijk kan zijn (in dit onderzoek tussen de 39 tot 51%). Uit het onderzoek kwam naar voren dat het hebben van extreem weinig ADHD kenmerken niet significant erfelijk is. Het hebben van extreem weinig ADHD kenmerken wordt, zo blijkt uit het onderzoek, significant beïnvloed door omgevingsfactoren. Hier waren vooral omgevingsfactoren belangrijk die binnen een gezin gedeeld worden, en die ervoor verantwoordelijk zijn dat broers en zussen in een familie op elkaar lijken.

Volledig spectrum ADHD kenmerken 
Ten tweede: traditionele vragenlijsten zoals de Conners Parent Rating Scale en Strengths and Difficulties Questionnaires (SDQ) richten zich vooral op het vaststellen van en screenen voor ADHD symptomen. Daarentegen vonden we dat de SWAN-vragenlijst een betrouwbare weergave van het volledige spectrum van het continuüm in aandachts-, motorische en impulscontrole mogelijk maakte: van laag (goede aandachtsspanne en impulscontrole) tot hoog (ADHD symptomen). Dit is belangrijk omdat door het onderzoeken van de onderliggende mechanismen van goede aandacht en impulscontrole er nieuwe inzichten kunnen ontstaan in de mechanismen die ten grondslag liggen aan het hebben van veel ADHD kenmerken, alsook beschermende factoren.

Indicatoren van heel goed functioneren
De derde bevinding was dat we indicatoren van positieve geestelijke gezondheid konden aanwijzen; items in de SWAN vragenlijst die wijzen op heel goed functioneren. Dit waren vooral items die gericht waren op heel goede aandachtscontrole (bijvoorbeeld het negeren van afleidingen). Zulke indicatoren kunnen misschien ook helpend zijn in de klinische praktijk, omdat studies tonen dat positieve kenmerken de negatieve effecten van psychiatrische symptomen kunnen verminderen.’

De resultaten zijn interessant in de context van het duaal continuüm model. Dit model suggereert dat er verschillende continua zijn die de aanwezigheid of afwezigheid van geestelijke gezondheid versus symptomen van psychische ziekten weergeven (Keyes, Dhingra, & Simoes, 2010; Winzer, Lindblad, Sorjonen, & Lindberg, 2014). Met andere woorden: kenmerken van positieve geestelijke gezondheid kunnen worden gevonden bij personen met psychische aandoeningen (Lamers, 2012).

In een toekomstige uitbreiding van de studie willen we positieve geestelijke gezondheid bestuderen in de context van het Karakter MindChamp onderzoek: Mindfulness voor kinderen met ADHD en mindful parenting voor hun ouders. Voor dit onderzoek zijn we nog op zoek naar deelnemers. Meer info over MindChamp: www.karakter.com/mindchamp


Referenties
Greven, C. U., Merwood, A., van der Meer, J. M., Haworth, C. M., Rommelse, N., & Buitelaar, J. K. (2016). The opposite end of the attention deficit hyperactivity disorder continuum: genetic and environmental aetiologies of extremely low ADHD traits. J Child Psychol Psychiatry, 57(4), 523-531.

Huber, M., Knottnerus, J. A., Green, L., van der Horst, H., Jadad, A. R., Kromhout, D., et al. (2011). How should we define health? BMJ, 343, d4163.

Huber, M., van Vliet, M., Giezenberg, M., Winkens, B., Heerkens, Y., Dagnelie, P. C., et al. (2016). Towards a 'patient-centred' operationalisation of the new dynamic concept of health: a mixed methods study. BMJ Open, 6(1), e010091.

Keyes, C. L., Dhingra, S. S., & Simoes, E. J. (2010). Change in level of positive mental health as a predictor of future risk of mental illness. Am J Public Health, 100(12), 2366-2371.

Lamers, S. (2012). Positive mental health: Measurement, relevance and implications (PhD thesis). University of Twente, Enschede, The Netherlands.

Winzer, R., Lindblad, F., Sorjonen, K., & Lindberg, L. (2014). Positive versus negative mental health in emerging adulthood: a national cross-sectional survey. BMC Public Health, 14, 1238.

Terug naar boven