Zo kan het ook; 50 gemeenten werken samen voor de jeugd!

Zo kan het ook; 50 gemeenten werken samen voor de jeugd!

Een kind of jongere met acute psychiatrische problematiek kan een gevaar vormen voor zichzelf, zijn gezin of maatschappij. Een klinische behandelplek waar het kind kortdurend kan worden opgevangen blijkt dan noodzakelijk. Hoe kunnen we er voor zorgen dat er –in de tijden van krapte en afbouw- een minimaal benodigde capaciteit is voor acute situaties?

Jongerenvoorschool

Met deze vraag als uitgangspunt organiseerden zes gemeentelijke jeugdzorgregio’s met Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie een gezamenlijke bekostiging van bedden. De regio’s die participeren zijn Rijk van Nijmegen, Centraal Gelderland, Achterhoek, Rivierenland, Food Valley en Noord Veluwe. Betrokken wethouders Bert Frings (projectwethouder gemeente Nijmegen) en Leon Meijer (wethouder gemeente Ede) en bestuurder Erica Harteveld (Karakter) vertellen over de totstandkoming en achtergrond.

‘We zijn nu een aantal jaar onderweg met de nieuwe jeugdwet’, zegt wethouder Leon Meijer. ‘Als we kijken naar het peiljaar 2010 dan hebben we nu 12% meer jongeren in zorg. Juist door de transitie en de werkwijze met wijkteams zijn we er eerder bij en vinden we meer. We doen het wat dat betreft dus goed. Maar we moeten niet vergeten dat de transitie gepaard ging met een enorme bezuiniging op de jeugdhulp. En dat maakt dat wij als gemeenten kampen met behoorlijk tekorten. We zien ook dat de kosten van het oude systeem doorebben. De afbouw van de residentiële jeugdzorg gaat minder snel dan we hadden gehoopt. En dat is ook verklaarbaar. Instellingen willen wel afbouwen maar veel van hun zorg wordt nog steeds bekostigd per bed. En voor ons als gemeenten is het financieel niet haalbaar om die gebouwen van ze over te nemen. In die zin houden we elkaar in de tang. Nieuwe manieren van organiseren zijn nodig om de zorg beschikbaar en betaalbaar te houden.’

Bestuurder Erica Harteveld beaamt dit: ‘Als je er bedrijfsmatig naar kijkt, bestaan door het vergoeden van verblijfsdagen perverse prikkels; aanbieders worden dan ‘beloond’ voor het ‘opnemen’ van jongeren. Maar wij als behandelaren kijken juist naar hoe we de jongere het beste kunnen helpen, en dat is toch het liefst thuis. Dat sluit ook aan bij de gedeelde stip aan  de horizon die we samen met de jeugdhulpregio’s hebben geformuleerd: geen opnames, tenzij echt nodig.’

Brandweermodel
Ook wethouder Bert Frings ziet de noodzaak. ‘Als regio’s hebben we hier allemaal mee te dealen. Zelf ben ik groot voorstander van het brandweermodel. Dat betekent dat je naar een andere wijze van bekostiging toe moet. We hadden al een bovenregionaal samenwerkingsverband en daar kwam dit item prominent op de agenda. We hebben Karakter gevraagd wat zij minimaal nodig hebben om de hoogspecialistische verblijfzorg voor jongeren met complexe psychiatrische problemen in de lucht te houden zodat er altijd plekken beschikbaar zijn voor crisissituaties. Dat heeft geleid tot een bovenregionale samenwerking om 80 bedden in te kopen. Daarbij hebben we de bekostiging meer in lijn gebracht met onze stip aan de horizon. Zo stimuleren we dat opnames alleen plaatsvinden als het echt niet anders kan.’

Meer acute en niet planbare zorg
Bestuurder Harteveld spreekt liever van beschikbaarheid van hoog intensieve zorg dan van bedden. ‘In feite heb je het over een kortdurende opname als onderdeel van een  hoogintensieve behandeling. In de afgelopen jaren hebben wij de klinische zorg afgebouwd en getransformeerd naar High&Intensive Care. De focus ligt bij de behandeling thuis. Alleen als het echt niet anders kan nemen we een jongere -zo kort mogelijk- op. Dat is anders dan 5 jaar geleden. Wat we ook zien is een toename van jongeren met complexere problematiek. Dat betekent ook meer acute en niet planbare zorgvragen. En dat vraagt nog meer flexibiliteit van onze professionals, en samenwerking met de gemeenten. Deze bovenregionale samenwerking draagt daaraan bij.’

Kwestie van gezond verstand
‘Eigenlijk vonden wij het feit dat je dit bovenregionaal regelt helemaal niet zo bijzonder;  meer een kwestie van gezond verstand,’ zegt Meijer. ‘Maar als je het landelijk bekijkt blijken we daar uniek in te zijn. Wil je dit voor elkaar krijgen, dan is een goede organisatie echt van belang. Uiteindelijk moet je het met zes regio’s c.q. vijftig gemeenten eens zien te worden. Vijftig gemeenten bovendien die verschillende inkoopstrategieën hanteren. Het vraagt dus wel wat om de neuzen allemaal dezelfde kant op te krijgen. Wij hebben ervoor gekozen om daar een kwartiermaker voor aan te trekken. Die heeft dat proces in gang gezet en in vrij korte tijd voor een document gezorgd met gezamenlijke uitgangspunten; een document bovendien dat juridisch helemaal gecheckt was. Het enige dat wij als wethouders nog hoefden te doen, was onze handtekening er onder te zetten.’

Minder bureaucratische rompslomp
Frings ziet als groot bijkomend voordeel dat de bovenregionale samenwerking voor alle partijen transparant is. ‘We betalen immers allemaal hetzelfde en zien ons verzekerd van het klinische aanbod. Bovendien hoef je niet elke keer met iedere partij te onderhandelen. De bureaucratische rompslomp verklein je zo aanzienlijk voor beide partijen. Maar daar houden we het niet bij. We hebben ook een ontwikkelagenda gekoppeld aan deze bovenregionale afspraak. Die werken we de komende periode met Karakter verder uit. Daarin kijken we ook naar wat er gebeurt in de Wmo, Jeugdzorg Plus en LVB. Het hangt allemaal met elkaar samen. Die ontwikkelagenda staat een meerjarenperspectief voor. Want als je er over nadenkt is het toch wel vreemd dat meerjarenplannen van 10 jaar en langer in de ruimtelijke ordening heel normaal zijn, maar in de jeugdhulp helemaal niet. Ik heb het weleens voorgesteld maar dat vond men wel heel revolutionair. Terwijl het over kinderen gaat!’

Verdere afbouw bedden
Op de vraag of een verdere afbouw van bedden verantwoord is, reageren de wethouders eensluidend. ‘We zitten nu wel op de grens,’ zegt Frings. ‘De insteek was een verdere afbouw, maar dat doel hebben we losgelaten. We zien dat er nu nog veel behoefte is aan deze plekken.’ 

Meijer: ‘Je moet de ogen niet sluiten voor de werkelijkheid. Er zullen altijd kinderen zijn die deze verblijfszorg nodig hebben. Daarbij moet er een balans blijven tussen afbouw van bedden en beschikbaarheid van andere zorgvormen die dat op kunnen vangen. Veilige en verantwoorde afbouw staan voorop.’

Bestuurder Harteveld geeft aan dat afbouw geen doel op zich mag zijn. ‘Het gaat erom dat jongeren met complexe psychiatrische problemen snel, goed behandeld worden vanuit de gezamenlijke visie “Beter worden doe je thuis, waar je ook verblijft”.

 

Terug naar boven

Waar kan ik terecht?

Vaak komen medewerkers van Karakter bij gezinnen thuis of is er telefonisch of digitaal contact. Voor andere afspraken heeft Karakter de volgende locaties: