"We leiden zorgprofessionals op voor een toekomst met meer vraag dan aanbod"
De zorg voor kinderen en jongeren met psychiatrische klachten heeft te maken met grote uitdagingen. Hoe bereid je toekomstige specialisten daar zo goed mogelijk op voor?
In zijn functie als opleider kinder- en jeugdpsychiatrie bij Karakter begeleidt Peter Deschamps artsen die zich willen specialiseren tot psychiater of kinder- en jeugdpsychiater. In deze column deelt hij zijn ideeën over opleiden voor de toekomst!
De vraag naar goede gezondheidszorg waarop - als het even kan - niet weken of maanden gewacht moet worden, neemt de komende jaren toe. We worden ouder en dat gaat gepaard met meer lichamelijke gezondheidsklachten. Psychische gezondheid volgt een tegenovergesteld patroon. Wie zonder veel psychische klachten de volwassen leeftijd bereikt, heeft veel kans om psychisch gezond te blijven.
Psychische klachten ontstaan vaak vroeg in het leven, waar fases elkaar snel opvolgen en de veerkracht van het zich ontwikkelende brein uitdagen. Met wat pech blijven die klachten ook op volwassen leeftijd doorspelen. In de kinder- en jeugdpsychiatrie hopen we met ons werk een langdurig verschil te kunnen maken. Ook al blijft het moeilijk om goed aan te tonen hoe behandeling in de kindertijd doorwerkt op volwassen leeftijd, voor veel van de gezinnen die bij ons hulp zoeken maken we door ons handelen een groot verschil. Om nog onduidelijke, maar zorgelijke redenen zien we helaas een toename van psychische klachten op jonge leeftijd.
Lang verhaal kort: we leiden zorgprofessionals op voor een toekomst met meer vraag dan aanbod. Dit vraagt om iets anders dan hopen dat we met meer van hetzelfde deze uitdaging aan kunnen gaan. Hoe kunnen we op slimme manieren de capaciteit van het huidige systeem vergroten en de vraag beperken? Als opleider kinder- en jeugdpsychiatrie bij Karakter zie ik een aantal oplossingsrichtingen die ik graag deel. Deze oplossingsrichtingen zijn deels bedacht in overleg met een groep Europese opleiders kinder-en jeugdpsychiatrie. Want we hebben niet bij Karakter en in Nederland, maar in de gehele (jeugd-)ggz in Europa te maken met soortgelijke uitdagingen.
Moed om onzinnige administratie te weerstaan
Artsen in opleiding besteden tot soms wel een dag per week van hun tijd aan administratie die ze niet zinnig ervaren. We willen daarom opleiden om compacter en sneller te rapporteren, met moed om onzinnige administratie te weerstaan. Leren om goed en efficiënt samen te werken met secretariële ondersteuning in de opleiding klinkt een beetje gek, maar is nodig: onderzoek toont aan dat zelfs áls professionals toegang krijgen tot ondersteuning, ze vaak geneigd zijn om toch (te) veel zelf te blijven doen.
Aandacht voor wetenschappelijke ontwikkeling
We willen al onze artsen graag een goede wetenschappelijke basis geven en hen tijdens de opleiding leren om samen met wetenschappers efficiëntere behandelmethodes te ontwikkelen en de uitkomsten van onderzoek vlot in de praktijk te leren brengen. Voor sommigen betekent dat een extra leertraject tot onderzoeker, voor iedereen om tijdens de opleiding goed te leren om de wetenschappelijke literatuur in de praktijk toe te passen en om zich in een eigen onderwerp te verdiepen met een klein wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste proberen we bij Karakter vooral te doen in samenwerking met de wetenschappelijke onderzoekers zodat het netwerk van samenwerking al in de opleiding wordt gelegd.
Consultatie en netwerken
En ook belangrijk: consultatie, consultatie, consultatie. Daarmee bedoelen we dat onze toekomstige kinder- en jeugdpsychiaters bereikbaar zijn voor vragen van bijvoorbeeld kinderartsen, huisartsen, jeugdartsen en andere professionals in de jeugd GGZ en jeugdzorg. Om hen daarop voor te bereiden besteden we tijdens de opleiding aandacht aan het overbrengen van kennis over de ontwikkeling van psychische gezondheid aan andere professionals in de gezondheidszorg, interprofessioneel leren om nog beter samen te werken in netwerken en consultatieve vaardigheden. Aan die vaardigheden kan nog meer specifiek aandacht worden besteed. Een hypothese vormen over wat er allemaal speelt bij een kind op basis van ‘tweedehands’ informatie en daaruit advies formuleren vergroot je impact, maar vraagt toch echt wat anders dan het allemaal zelf leren doen.
Duurzame inzetbaarheid
De volgende generatie wil investeren in een andere werk-privé balans. Dat is voor opleiders en begeleiders niet altijd makkelijk om mee om te gaan, maar we kunnen hen daar maar beter bij helpen dan te denken ‘dat het vroeger beter was’. Om te zorgen dat eenieder lang en met plezier zijn werk kan blijven doen, is opleiden tot duurzame inzetbaarheid cruciaal. Een tijd niet of minder kunnen werken door overbelasting heeft een negatieve impact op de capaciteit van het zorgsysteem en brengt een risico op domino-effecten met zich mee. Dit vraagt om competenties om niet overspoeld te worden, maar zeker ook om opleiden tot autonomie over eigen tijdsindeling en aandacht voor een duurzaam netwerk met steun en verbondenheid. Het vraagt ook om het goede voorbeeld geven in de opleiding. Het voorbeeld geven dat we zelf hard werken om zo veel mogelijk mensen zo snel mogelijk te helpen, maar ook even hard ontspannen om te zorgen dat ieder gezin op een uitgeruste arts of psychiater kan rekenen.
Preventie
Naast al deze aandacht voor capaciteitsvergroting van het zorgsysteem vraagt opleiden voor de toekomst ook aandacht voor het indammen van de zorgvraag en het bevorderen van gezondheid. Longartsen pleiten voor minder roken, traumachirurgen voor helmen op de fiets en wie werkt in de kinder- en jeugdpsychiatrie.…? Het is een stevige uitdaging om tijdens een compacte opleiding die al vol zit met leren zorgen voor de meest ernstige problemen ook te leren hoe je als professional kan bijdragen aan preventie. Eerlijk is eerlijk: als opleiders weten we vaak ook niet hoe dat moet. We hebben het zelf niet geleerd.
De opleiding van de toekomst vraagt daarom bij uitstek om een houding van samen zoeken en om een systeem waarin alle partijen leren, zowel de opleideling van de nieuwste generatie als de opleiders met meer ervaring en vlieguren. Toevallig of niet is dat gelukkig een houding waar we al een beetje ervaring mee hebben, omdat die ons ook helpt in de spreekkamer als we met jongeren en hun gezinnen meedenken.